Geschiedenis · Oktober 2026

Van vuurtoren tot tuinkantoor: het ontstaan van de schroefpaal

Schroefpalen lijken een moderne uitvinding, maar het principe is bijna 200 jaar oud. Het begon met een blinde man, een storm en een toevallig experiment.

Rijen schroefpalen in het water van een meer

Een blinde uitvinder in Belfast

Alexander Mitchell werd in 1780 in Ierland geboren en verloor tussen zijn zesde en eenentwintigste levensjaar geleidelijk zijn zicht. Hij werd steenbakker, en bestudeerde in zijn vrije tijd mechanica, wiskunde en bouwkunde. Wat hem bezighield, waren de vele schipbreuken voor de kust: vuurtorens en bakens bouwen op zandbanken en slikken leek bijna onmogelijk, omdat een gewone fundering daar wegzakt of wegspoelt.

Volgens de overlevering vond hij de oplossing begin jaren 1830 bij toeval. Tijdens een experiment met een schroefvormig vaartuig drong een schroef door de wind zelf de grond in, en zat daarna muurvast. Mitchell testte het idee op een zandbank in het Lough van Belfast, en het werkte. In 1833 vroeg hij in Londen een octrooi aan op zijn "screw pile". De eerste toepassing was het verankeren van schepen.

Vuurtorens op schroeven

In 1838 kreeg de uitvinding haar grote test: de vuurtoren van Maplin Sands, op een onstabiele zandbank aan de monding van de Theems. De fundering bestond uit negen ijzeren schroefpalen met een helix van zowat 1,2 m, met spierkracht tot meer dan 3 m in de bodem gedraaid. Het werk duurde negen dagen. Mitchell bezocht zijn werven zelf, ook bij slecht weer, en controleerde het werk op de tast.

Het succes verspreidde zich snel. In de Verenigde Staten verrezen tussen de jaren 1850 en 1890 meer dan honderd vuurtorens op schroefpalen langs de Oostkust en de Golf van Mexico. De Thomas Point Shoal-vuurtoren in de Chesapeake Bay staat er nog altijd.

Pieren aan zee, ook in Blankenberge

Vanaf 1853 gebruikte de Britse ingenieur Eugenius Birch schroefpalen voor de beroemde wandelpieren aan de Engelse kust, te beginnen met Margate. Tussen 1862 en 1872 werden er achttien pieren op schroefpalen gebouwd, waaronder die van Eastbourne en Brighton. Ook in het Britse Rijk werden bruggen op schroefpalen gezet, zonder één kuub beton.

Dichter bij huis stond de eerste pier van Blankenberge, uit 1895, eveneens op schroefpalen. De pier die je er vandaag ziet, is een latere constructie, maar het principe van toen is hetzelfde als wat wij vandaag in de grond draaien.

Mitchell beschreef zijn uitvinding zelf in 1848 in het eerste technische artikel over schroefpalen. Hij schreef al toen dat het draagvermogen afhangt van de oppervlakte van de schroef, de aard van de grond en de diepte waarop de schroef zit. Dat is nog altijd de basis van elke berekening.

Vergeten, en terug van weggeweest

Tussen 1900 en 1950 raakten schroefpalen op de achtergrond. Heimachines, boorpalen en betonpalen namen het over. De comeback kwam met de hydraulische motor: met een krachtige rotator op een graafkraan of rupsmachine gaat het indraaien snel en precies, en het koppel vertelt meteen hoeveel de paal kan dragen. Daarbij kwamen beter staal en thermisch verzinken tegen corrosie.

Eerst werden de palen vooral als ankers gebruikt, tegen trekkrachten. Rond 1980 kwamen ze in de VS terug als drukpaal onder gebouwen. Vandaag zijn ze een volwaardige funderingstechniek: snel, zonder graafwerk of droogtijd, trillingsvrij en volledig verwijderbaar.

En vandaag?

Wat Mitchell met spierkracht en een kaapstander deed, doen wij met hydraulische rupsmachines en rotatoren tot 132 kNm. Soiltek plaatste al meer dan 20.000 schroefpalen en grondschroeven: onder woningen, modulaire gebouwen, terrassen, steigers, festivalpodia en batterijparken. Zelfs op het water, vanaf een ponton, zoals voor Tomorrowland, net als de pioniers bijna twee eeuwen geleden.

Bronnen: H.A. Perko, Helical Piles: A Practical Guide to Design and Installation, Wiley, 2009, hoofdstuk 1; A.J. Lutenegger, Historical development of iron screw-pile foundations: 1836–1900, 2003; A. Mitchell, On submarine foundations, particularly screw-pile and moorings, Civil Engineer and Architect's Journal, 1848.